Art Nouveau Architectuur

Aan het einde van de 19de eeuw onderging de architectuur, zowel op het vlak van ruimtelijke opvatting als interieurdecoratie, een grondige transformatie. Drie namen overheersten in wat de Belgische art nouveau-architectuur zou worden: Victor Horta, Paul Hankar en Henry Van de Velde. Zij waren zowel de wegbereiders als de theoretici van deze stroming.

Victor Horta ontwikkelde een eigen visie waarbij hij de rechte lijn ten voordele van de gebogen lijn afwees. Als een van de eersten begreep hij bovendien dat ijzer een ornamentele functie kon hebben en beschouwde hij glas als een wezenlijk architecturaal element. Zijn eerste opdrachtgevers Emile Tassel, universiteitsprofessor, en Eugène Autrique, een beroemd advocaat, introduceerden hem bij de Brusselse ontwikkelde burgerij waar hij een omvangrijk clientèle zou vinden. Tot zijn bekendste realisaties in Brussel behoren het Volkshuis (1895–99, gesloopt in 1965), het Paleis voor Schone Kunsten en het Centraal Station, dat hij door zijn overlijden niet zou kunnen afwerken.

De praktijk van Paul Hankar werd gevormd door zijn theoretische reflectie over de kunsten en zijn politiek engagement ten voordele van sociale architectuur. Hoewel Hankar eveneens voorstander was van asymmetrie en gebogen lijnen onderscheidde hij zich door zijn voorliefde voor polychromie en een zeer gevarieerde materiaalbehandeling. Een van zijn meesterwerken is het huis van de symbolistische schilder Albert Ciamberlani in Elsene waar de met sgraffito versierde gevel de metalen structuur zichtbaar laat.

Kunstschilder Henri Van de Velde wilde het onderscheid tussen de schone en toegepaste kunsten uitwissen en pleitte voor een nieuwe kunst (“art nouveau”) gebaseerd op de moraal en op de eenheid van de kunsten. Hij legde ook de nadruk op het belang van de lijn. In 1895, vijf jaar voor zijn vertrek naar Berlijn, zette hij als autodidact de stap naar de architectuur met het ontwerp van zijn eigen woning in Ukkel (Bloemenwerf). Het gebouw draagt kenmerken die verwant zijn aan die van Engelse cottages.

De art nouveau-architectuur die door deze drie grote persoonlijkheden ontwikkeld werd, zou worden voortgezet door navolgers die wel de vormentaal maar niet de diepere structurele logica overnamen. De esthetiek ging de progressieve burgerij langzamerhand vervelen. Deze desinteresse veralgemeende zich met als gevolg dat een groot deel van dit patrimonium mettertijd verloren ging.

 

Het huis Stoclet

Het huis Stoclet aan de Tervurenlaan 279 in Brussel werd ontworpen door de Oostenrijkse architect Josef Hoffmann (1870–1956), een lid van de Wiener Secession. De opdrachtgever was de directeur van de Société générale, Adolphe Stoclet. De bouwwerkzaamheden duurden van 1905 tot 1911. Met zijn strenge gevel van wit marmer en de geometrische volumes die door dikke bronzen lijsten worden geaccentueerd, is het huis geheel in tegenstelling met de esthetica van de art nouveau. Geen enkel reliëf verstoort de schittering van de gladde oppervlakken. In het interieur, een perfecte synthese van stijlen, zijn de meest uiteenlopende materialen en technieken gebruikt. De door Gustav Klimt ontworpen friezen in de eetkamer, Verwachting en Vervulling, doen aan Byzantijnse mozaïeken denken. In de toren, die bekroond is met vier beelden van Franz Metzner, bevindt zich een trap die de scheiding vormt tussen het privégedeelte en de dienstvertrekken. Alle elementen van de binnendecoratie, van meubilair tot luchters, vaatwerk en tafelzilver zijn afkomstig uit de ateliers van de Wiener Werkstätte die door Hoffmann, Moser en Wärndorfer waren opgericht. Deze woning is het enige totaalkunstwerk van de Wiener Werkstätte dat bewaard is gebleven.


  • VICTOR HORTA, Het Volkshuis, Joseph Stevensstraat, Brussel (gesloopt), 1895–99. Hortamuseum, Sint-Gillis (Brussel), Stichting Jean en Renée Delhaye

  • VICTOR HORTA, Grote hal en trappenhuis van het huis Aubecq, Louizalaan, Brussel (gesloopt), 1899–1903. HortaMuseum, Sint-Gillis (Brussel), Stichting Jean en Renée Delhaye

  • HENRY VAN DE VELDE, Bloemenwerf, het huis van de architect, Vanderaeylaan in Ukkel (Brussel), 1895. Archives d’architecture moderne, Brussel