Belgische Impressionisme

Omstreeks 1880 komt er in België een inheems impressionisme op dat voordeel haalt uit de vernieuwingen van de realisten. Zo geven realistische landschapschilders in open lucht de lichtschakeringen weer of leggen ze nadruk op heldere kleuren. Een belangrijke stap wordt gezet wanneer Ensor in zijn ‘burgerinterieurs’ een zeer tastbare ‘poëzie van het licht’ invoert. Ook Henri De Braekeleer experimenteert iets later in dezelfde zin. Het Belgische impressionisme kent echter vooral een doorbraak als Franse kunstenaars vanaf 1886 te Brussel gaan tentoonstellen bij de groep Les XX. Er volgt een stroomversnelling wanneer reeds het jaar nadien Un dimanche à la Grande Jatte van Georges Seurat te Brussel wordt getoond. Dankzij dit manifest van het neo-impressionisme wordt de techniek van het ‘pointillisme’ hier al vroeg geïntroduceerd. Het duurt echter nog tot 1904 vooraleer de triomf van het Franse impressionisme bevestigd wordt tijdens een tentoonstelling van La Libre Esthétique. België wordt er vertegenwoordigd door de kring Vie et Lumière die in 1904 is opgericht en die het ‘luminisme’ ingang doet vinden als (een late) Belgische strekking in het impressionisme.